Votre version d'Internet Explorer n'est plus supportée, veuillez la mettre à jour (min. Internet Explorer 9) ou utiliser un autre navigateur pour une meilleure expérience.

Wet op de taks op de effectenrekeningen

De wet op de taks op de effectenrekeningen trad in werking vanaf 10 maart 2018. Deze taks bedraagt 0,15 % en geldt voor natuurlijke personen als de totale gemiddelde waarde van de financiële instrumenten in kwestie minstens € 500.000 per persoon bedraagt. Ligt de waarde lager, kan de titularis aangeven dat hij gebruik wenst te maken van de opt-in-procedure.

I.A. Beoogde titularissen

De titularis is de volle eigenaar, naakte eigenaar, vruchtgebruiker of houder van de effectenrekening.

Op wie is deze taks van toepassing?

  • Rijksinwoners van België voor hun effectenrekeningen aangehouden bij zowel in België opgerichte of gevestigde financiële tussenpersonen als bij in het buitenland opgerichte of gevestigde financiële tussenpersonen.
  • Niet-rijksinwoners, dit wil zeggen natuurlijke personen die hun wettelijke en fiscale verblijfplaats buiten België hebben alleen voor hun in België aangehouden effectenrekeningen.
  • Gelijkgestelde niet-inwoners (expats, Europese en internationale ambtenaren, OTAN, SHAPE …), dit wil zeggen natuurlijke personen die hun fiscale verblijfplaats in het buitenland hebben, ondanks het feit dat ze hun wettelijke woonplaats in België hebben.

Wie wordt vrijgesteld van deze taks?

  • rechtspersonen (vennootschappen, Belgische private stichtingen …);
  • niet-rijksinwoners van een staat die met België een dubbelbelastingverdrag heeft ondertekend dat eveneens geldt voor de vermogensbelasting worden beschouwd als vrijgesteld van de taks op effectenrekeningen.

I.B. Beoogde effecten

Welke financiële instrumenten viseert de taks op de effectenrekening?

  • alle beurs- en niet-beursgenoteerde aandelen (ook certificaten);
  • alle beurs- en niet-beursgenoteerde obligaties (ook certificaten);
  • alle beurs- en niet-beursgenoteerde rechten van deelneming in gemeenschappelijke beleggingsfondsen of aandelen in beleggingsvennootschappen op voorwaarde dat ze niet inbegrepen zijn in een levensverzekering of een pensioenspaarstelsel;
  • kasbonnen;
  • ETF;
  • warrants.

Welke financiële instrumenten viseert de taks NIET?

  • pensioenspaarfondsen;
  • levensverzekeringen (beleggingen van tak 21 of tak 23);
  • aandelen op naam die niet zijn ingeschreven op een effectenrekening;
  • termijnrekeningen;
  • liquiditeiten en edelmetalen;
  • andere afgeleide instrumenten (futures, options, turbos enz.).

Om echter te vermijden dat natuurlijke personen hun aandelen op effectenrekening zouden omzetten naar aandelen op naam ingeschreven in het aandelenregister van de vennootschap werd er voorzien in een antimisbruikbepaling. Deze antimisbruikbepaling stelt dat voor titularissen die vanaf 9 december 2017 hun aandelen op een effectenrekening omzetten in aandelen op naam die enkel ingeschreven zijn in het aandelenregister van de vennootschap, toch onderworpen zijn aan de taks op de effectenrekening, maar enkel voor de eerstvolgende ‘referentieperiode’ die loopt van 10 maart 2018 tot 30 september 2018. Bovendien heeft de titularis dan ook de verplichting om voor deze periode ZELF de aangifte te doen.

De jaarlijkse taks van 0,15 % is van toepassing op alle effectenrekeningen van minstens € 500.000 en dit op de volledige bedragen.

II. Taks

II.A. Valorisatie van de effectenportefeuille

De valorisatie van het effectendossier moet op het einde van elk kwartaal gebeuren: 31 december, 31 maart, 30 juni, 30 september Voor het jaar 2018 moet enkel rekening worden gehouden met de laatste 3 kwartalen. Het totaal wordt opgeteld waarna een gemiddelde wordt berekend.

  • Het referentietijdstip voor beursgenoteerde financiële instrumenten is de slotkoers of, indien deze niet beschikbaar is op het referentietijdstip, de slotkoers van de laatste notering;
  • Het referentietijdstip voor niet-beursgenoteerde rechten van deelneming in gemeenschappelijke beleggingsfondsen of aandelen in beleggingsvennootschappen is de netto inventariswaarde;
  • Het referentietijdstip voor de andere niet-beursgenoteerde financiële instrumenten is de waarde in de laatst beschikbare MIFID-kwartaalstaat
  • Indien de waarde van het financiële instrument niet is opgenomen in de MIFID-kwartaalstaat: de laatst publiekelijk beschikbare marktwaarde of, indien deze niet beschikbaar is, de naar beste vermogen geschatte waarde van het financiële instrument.

II.B.Inning van de taks

De uitbetalende instantie is de bank waar de effectenrekening is geopend. Bedraagt het saldo van de effectenrekening minstens € 500.000, zal de bank de taks automatisch innen. Bedraagt de effectenrekening minder dan € 500.000 zal de bank vragen of de cliënt wil dat de bank deze taks int (opt-in). De cliënt kan zijn toestemming geven. Dit zou het geval zijn indien de houder van de effectenrekening andere effectenrekeningen zou hebben met totale bedragen van minstens € 500.000. De cliënt mag de inning van deze taks echter weigeren, maar als zijn totale activa minstens € 500.000 bedragen, moet hij dit opgeven in zijn aangifte van personenbelasting.

II.B.1. Opt-in

Wanneer het aandeel van een titularis in de totale gemiddelde waarde van zijn effectenrekening(en) aangehouden bij de financiële tussenpersoon minder bedraagt dan € 500.000, moet de financiële tussenpersoon deze titularis de mogelijkheid geven om een verklaring tot (bevrijdende) inhouding te doen. Deze mogelijkheid moet worden geboden in het overzicht dat aan de titularis wordt meegedeeld op het einde van elke referentieperiode. Dit is de opt-in-procedure en stelt de titularis vrij van zijn verplichting om de taks zelf aan te geven en door te storten aan de Belgische belastingadministratie. Dit is het geval wanneer de cliënt meerdere effectenrekeningen bezit, waarvan de gemiddelde waarde minstens € 500.000 bedraagt.

De titularis heeft de mogelijkheid om uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand die volgt op het einde van de referentieperiode voor een dergelijke inhouding te opteren.

De titularis kan zijn keuze voor de opt-in-procedure via elektronische weg meedelen. De cliënt is niet verplicht om zijn keuze schriftelijk mee te delen. De tijdige betaling van het bedrag van de taks die verschuldigd is aan de financiële tussenpersoon, die dit bedrag vervolgens opneemt in zijn eigen aangifte en doorstort aan de fiscale administratie, kan ook worden beschouwd als een geldige opt-in.

II.B.2. Rekening aangehouden door meerdere titularissen

Wanneer een effectenrekening wordt aangehouden door meerdere personen, zal de waarde van de effectenrekening gewoon worden gedeeld door het aantal titularissen. Er zal dus worden aangenomen dat het deel van elke titularis overeenkomt met een fractie van de gemiddelde waarde van de financiële instrumenten die zijn geboekt op de effectenrekening.

De tussenpersonen passen een regel toe voor een proportionele verdeling tussen titularissen.

Indien een koppel bijvoorbeeld een (‘gezamenlijke’) effectenrekening met € 1.200.000 bezit, wordt aangenomen dat beiden voor 50 % eigenaar zijn van de activa en dus op € 600.000 de taks zullen betalen. Ze kunnen echter wel een bewijs voorleggen dat de verhouding in werkelijkheid 80-20 bedraagt, en dan wordt de taks maar geïnd op 20 % van € 1.200.000.

II.B.3.Rekening aangehouden door een natuurlijke persoon en een rechtspersoon

In geval van een effectenrekening die gezamenlijk wordt aangehouden door natuurlijke personen en rechtspersonen, zal volledig abstractie worden gemaakt van de rechtspersonen. Indien dus een effectenrekening met een gemiddelde waarde van € 500.000 van belastbare effecten wordt aangehouden, bijvoorbeeld door een naamloze vennootschap en een natuurlijke persoon, beschouwt de wet de natuurlijke persoon als enige titularis met als gevolg dat de financiële instelling waar deze rekening wordt aangehouden in voorkomend geval de taks moet innen op de totale waarde van de belastbare effecten.

II.B.4. Rekening aangehouden in vruchtgebruik en in naakte eigendom

Indien een rekening is opgesplitst in vruchtgebruik en naakte eigendom, geldt ook het principe van de proportionele verdeling. De waarde van de rekening zal dan proportioneel worden verdeeld tussen alle personen die betrokken zijn bij de rekening. In geval van een rekening aangehouden in vruchtgebruik door een persoon en in naakte eigendom door een andere persoon, zal worden aangenomen dat de rekening voor de helft behoort tot elk van beide betrokkenen.

Is deze rekening de enige die de partijen aanhouden bij de financiële instelling, moet de gemiddelde waarde meer dan € 1.000.000 (€ 500.000 x 2) bedragen om in aanmerking te komen voor een automatische toepassing van de taks door de financiële instelling.

In elk geval herinneren wij eraan dat het principe van de proportionele verdeling van de waarde van de effectenrekening tussen de naakte eigenaar(s) en de vruchtgebruiker(s) enkel wordt gehanteerd om de praktische toepassing van de wet door de financiële instellingen te vergemakkelijken. Indien blijkt dat deze verdeelsleutel niet overeenkomt met de werkelijkheid, moet het bedrag van de eventueel afgehouden taks achteraf worden aangepast.

II.C. Berekening van de taks

II.C.1. Referentieperiode en referentietijdstip

In het algemeen is de ‘gewone referentieperiode” een periode van 12 opeenvolgende maanden die begint op 1 oktober van een jaar (jaar X) en eindigt op 30 september van het daaropvolgende jaar (jaar X+ 1). Voor 2018 is de referentieperiode begonnen op 10 maart 2018 en eindigt ze op 30 september 2018.

De laatste dag van elk kwartaal is het referentietijdstip. Op elk referentietijdstip zal een staat van de waarde van de effecten worden opgesteld. Deze overzichten worden opgeteld en vervolgens gedeeld door het aantal referentietijdstippen voor de berekening van de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten.

We nemen het voorbeeld van een portefeuille waarvan de waarde als volgt fluctueert:

Datum Valorisatie Taks
31/03 499.000 €  
30/06 500.000 €   
30/09 501.000 €  
31/12 502.000 €   
Jaarlijks gemiddelde 500.500 € 750,75 €

Voor het verslagjaar zal de taks van 0,15 % dus worden berekend op een basis van € 500.500 en € 750,75 bedragen.

De berekening om te kunnen bepalen of de drempel van € 500.000 is overschreven, is dus de volgende:

  • Alle waarden op de verschillende referentietijdstippen optellen en dit resultaat delen door het aantal referentietijdstippen (per effectenrekeningen);
  • De gemiddelde waarden optellen van de effectenrekeningen waarvan de referentieperiode op dezelfde dag eindigt.

Conclusie

Samengevat verloopt deze berekening als volgt:

  • Valorisatie van effectenrekeningen en opstellen van ‘staten’ op het referentietijdstip door de Belgische of buitenlandse financiële tussenpersoon.
  • Optellen van valorisaties (op basis van de staten) en berekening van een gemiddelde:
    1. Per 30/09 voor een standaard referentieperiode;
    2. Op het moment van een specifieke wijziging gekoppeld aan de effectenrekening (verkorte referentieperiode).

    Zo kan worden bepaald of de waarde van de effectenrekening minstens € 500.000 bedraagt.

  • Globalisatie van de rekeningen van eenzelfde titularis op het einde van de referentieperiode. Zo kan worden bepaald of de waarde van alle effectenrekeningen bij de bank minstens € 500.000 bedraagt.
  • Toezending van het overzicht aan de titularis met vermelding van de verschuldigde taks, op de laatste dag van de eerste maand die volgt op de sluiting van de referentieperiode.
  • De mogelijkheid voor de titularis om aan de tussenpersoon te vragen om de taks in te houden indien deze niet als dusdanig opeisbaar is (gemiddelde waarde effectenrekeningen < € 500.000). De opt-in kan uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand die volgt op de sluiting van de referentieperiode worden aangevraagd.
  • Aangifte aan de bevoegde cel en bevrijdende betaling van de taks door de financiële tussenpersoon (in principe uiterlijk op de 20e dag van de 3e maand die volgt op de laatste dag van de referentieperiode).
  • Specifieke aangiftes op het moment van de aangifte van personenbelasting dor de titularis in geval van een aanvraag voor een terugbetaling of een aanvullende betaling.

Bij vragen of onduidelijkheden kunt u contact opnemen met ons Private Center via mail:centre.private@montepaschi.be of telefonisch: +32 (0)2/220.72.04.

Deel dit nieuws